Nee zeggen is moeilijker dan je denkt
Nederlandse werknemers gelden als assertief. Toch hebben velen moeite om ‘nee’ te zeggen. ‘Wie vaak ‘ja’ zegt, wordt het afvalputje van de afdeling.’
Onlangs nog gedacht: waarom heb ik me eigenlijk laten verleiden dat saaie project op te nemen? Waarom heb ik niet gewoon nee gezegd?
Veel werknemers hebben moeite ‘nee’ te zeggen en laten zich keer op keer verleiden dingen te doen die ze niet willen of waarvoor ze geen tijd hebben. De reden: angst om de relatie met een ondergeschikte, een baas of een collega te verstoren. En goede relaties zijn het smeermiddel in organisaties, nu de traditionele hiërarchie is afgeschaft. Wie carrière wil maken of ooit lang op verlof wil, weet dat het weigeren van vervelende karweitjes en onrealistische doelen een heikele zaak is.
‘Tegenwoordig moet je een relatiebouwer zijn op het werk’, zegt Antos Zimmermann, assertiviteitstrainer bij Houthoff, een trainings- en coachingsbedrijf. ‘Mensen zijn bang nee te zeggen omdat ze een ongunstige beoordeling vrezen, maar vooral omdat ze bang zijn de volgende keer zelf nee te horen te krijgen. Veel mensen willen aardig gevonden worden en denken dat met ja-zeggen te bereiken.’
Nee-zeggers hebben de neiging het effect van hun weigering te overschatten zegt Susan Newman, hoogleraar psychologie en auteur van The Book of No (McGraw-Hill, 2005), vanuit New Jersey. ‘Managers die nee te horen krijgen, denken daar zelden verder over na. Terwijl de nee-zegger erover doorpiekert, zijn zij al op weg naar een ander met hun verzoek.’
Ja-zeggers krijgen niet extra veel waardering. ‘Betrokken, behulpzame werknemers worden gewaardeerd’, zegt Newman. ‘Maar er loopt een ragfijne lijn tussen een enthousiaste teamspeler met goede promotievooruitzichten en een Gekke Gerritje.’ Nu en dan nee zeggen geeft juist status.
Voor zowel de medewerker als de manager geldt dat ja zeggen als je nee bedoelt veel energie kost. Denk aan de frustratie van onhaalbare doelen, aan overwerktheid en aan de zelfhaat omdat het weer niet lukte nee te zeggen. En wie vaak ja zegt, wordt vanzelf het afvalputje van de afdeling.
Smoesjes verergeren de zaak. ‘Je ondermijnt daarmee je gezondheid, je emotionele welzijn en je zelfbeeld’, zegt Newman. Om dit te voorkomen adviseert zij elk verzoek te beoordelen op vijf punten: hoe vaak heb ik al ‘ja’ gezegd tegen deze persoon, wat zijn mijn prioriteiten (gezin, loopbaan, hobby), houd ik tijd over voor andere zaken, wat zijn mijn beperkingen (fysiek, emotioneel, intellectueel) en kan ik taken uitbesteden?
Natuurlijk zijn deze vragen niet snel te beantwoorden als iemand iets vraagt. Daarom is de eerste zet bij een verzoek: tijd winnen. Newman: ‘De meeste ja’s komen er in een flits uit rollen.’
Heb je eenmaal nee gezegd, houd dan vol. ‘Zonder andermans argumenten ui thet oog te verliezen’, zegt Antos Zimmermann. ‘Nee blijft nee, maar het is belangrijk te bedenken hoe de ander dat ervaart. Managers vergeten dit soms. Als ze een medewerker een vrije dag moeten weigeren, verstarren ze. Uit angst te worden meegesleept in de emoties van de ander.’
Hoe meer uitleg de nee-zegger geeft, hoe meer kansen hij de tegenpartij biedt daar tegenin te gaan en hoe groter de kans op een oeverloze discussie waarbij de irritaties groeien.